Sociale Barometer 2025: ongelijkheden blijven bestaan in Brussel en bestaansonzekerheid neemt toe


De nieuwe Sociale Barometer 2025, gepubliceerd door Vivalis via zijn Observatorium voor Gezondheid en Welzijn, schetst een zorgwekkend beeld van de sociale situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ondanks zijn economische dynamiek blijft Brussel gekenmerkt door sterke territoriale en sociale verschillen, terwijl steeds meer inwoners in een precaire situatie terechtkomen.

Structurele armoede neemt verder toe

In 2025 loopt 23% van de Brusselse bevolking risico op armoede, een cijfer dat aanzienlijk hoger ligt dan in Vlaanderen (7%) en Wallonië (13%). De verschillen tussen gemeenten blijven bijzonder groot, met zes van de tien armste gemeenten van het land in Brussel: Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek, Anderlecht, Koekelberg, Schaarbeek en Stad Brussel.


Ook het aantal leefloongerechtigden blijft stijgen en bereikte 47.304 personen op 1 januari 2025. In sommige gemeenten is meer dan één op tien inwoners tussen 18 en 64 jaar afhankelijk van deze steun.

Huisvesting als belangrijkste kwetsbaarheidsfactor

Het rapport benadrukt dat huisvesting centraal staat in de Brusselse sociale problematiek. De 20% armste huishoudens besteden meer dan de helft van hun inkomen aan wonen, waardoor slechts beperkte middelen overblijven voor andere basisbehoeften zoals voeding, gezondheid, mobiliteit of energie.

De toegang tot betaalbare woningen blijft ontoereikend: 55.572 huishoudens stonden begin 2025 op de wachtlijst voor een sociale woning, met wachttijden die vaak oplopen tot meer dan tien jaar.

Daarbovenop komen zorgwekkende woonomstandigheden: 24% van de Brusselaars woont in een ongezonde woning en 30% in een overbevolkte woning. Bij gezinnen met kinderen stijgt dat aandeel zelfs tot 50%.

Grote gevolgen voor de gezondheid

De Sociale Barometer 2025 herinnert eraan dat de sociaaleconomische situatie een sterke invloed heeft op de gezondheidstoestand. In Brussel vertalen grote sociale verschillen zich in aanzienlijke gezondheidsongelijkheden, die zich gedurende het hele leven opbouwen. Woonomstandigheden, kwaliteit van werk, inkomensniveau, leefomgeving en toegang tot curatieve en preventieve zorg spelen hierbij een doorslaggevende rol.

Deze ongelijkheden blijken uit de meest fundamentele gezondheidsindicatoren. De levensverwachting verschilt met ongeveer vijf jaar tussen de rijkste en armste Brusselse gemeenten. Ook vanaf de geboorte zijn de verschillen zichtbaar: kinderen geboren in een gezin zonder arbeidsinkomen lopen meer dan dubbel zoveel risico om in het eerste levensjaar te overlijden als kinderen uit een gezin met twee arbeidsinkomens.

De verschillen komen eveneens tot uiting in chronische aandoeningen. Het rapport wijst op een duidelijke sociale gradiënt voor diabetes: hoe lager het inkomen, hoe vaker de aandoening voorkomt. Bij Brusselaars tussen 65 en 75 jaar lijdt 30% van de 20% laagste inkomens aan diabetes, tegenover 11% van de 20% hoogste inkomens.


Gezondheidsongelijkheid treft ook werkenden. Het risico op invaliditeit ligt meer dan twee keer hoger bij arbeiders dan bij bedienden, wat de impact van arbeidsomstandigheden op gezondheid onderstreept. Deze tendens is de voorbije tien jaar versterkt, vooral door een stijging van musculoskeletale aandoeningen, burn-out en depressie. Vrouwelijke arbeiders behoren tot de meest kwetsbare groepen.

Ook de toegang tot preventieve zorg blijft sociaal ongelijk verdeeld. Voor borstkankerscreening maakt slechts 40% van de vrouwen tussen 50 en 69 jaar met de laagste inkomens hiervan gebruik, tegenover 61% van de meest begoede vrouwen.


Ten slotte blijft mentale gezondheid een belangrijk aandachtspunt in Brussel sinds de Covid-19-crisis. Volgens de BELHEALTH-enquête van 2024 vertoont bijna één Brusselaar op vijf symptomen van angst of depressie. Jongvolwassenen, mensen in armoede en kwetsbare doelgroepen worden het zwaarst getroffen.

Deze cijfers tonen aan dat het terugdringen van sociale ongelijkheden ook een essentiële hefboom is voor een betere volksgezondheid in Brussel.

Ongelijkheden zichtbaar vanaf schoolleeftijd

Kinderen worden bijzonder hard getroffen: bijna één op drie Brusselse kinderen leeft in een huishouden met armoederisico.

Die ongelijkheden weerspiegelen zich in de schoolloopbaan. Ernstige schoolachterstand treft 24% van de leerlingen in het secundair onderwijs in Sint-Joost-ten-Node, tegenover 8% in Sint-Pieters-Woluwe. Ook schoolverzuim neemt toe: 21% van de Brusselse leerlingen heeft minstens negen halve dagen ongewettigde afwezigheid.

Een duidelijk signaal voor het beleid

De Sociale Barometer 2025 bevestigt dat de sociale uitdagingen in Brussel groot en veelzijdig blijven: armoede, huisvesting, gezondheid, onderwijs, werkgelegenheid en sociaal isolement. Het rapport onderstreept het belang van ambitieuze beleidsmaatregelen en een regelmatige opvolging van sociale indicatoren om ongelijkheden duurzaam terug te dringen.

Meer weten?

Ontdek de Sociale Barometer 2025 van Vivalis en raadpleeg het volledige rapport.

Deel deze pagina
Downloads
Huisarts
van wacht
Zoek een dokter
Zoek een dokter
Dichtbij...
Binnen...
Op naam
Op taal
Meer talen
Criteria wissen
Volg ons
op sociale netwerken

Deze website maakt gebruik van cookies. Essentiële en functionele cookies zijn noodzakelijk voor de goede werking van de website en kunnen niet worden geweigerd. Andere cookies worden gebruikt voor statistische doeleinden (analysecookies) en worden alleen geplaatst als u met de plaatsing ervan instemt. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie.